De structuur van een LEI-code: de 20 tekens van ISO 17442
Op het eerste gezicht lijkt een LEI een willekeurige reeks — bijvoorbeeld `5493001KJTIIGC8Y1R12`. Toch is hij allesbehalve willekeurig. Het formaat is vastgelegd door de internationale norm ISO 17442, en zodra u weet hoe hij is opgebouwd, worden die 20 tekens begrijpelijk.
De vier delen van een LEI
- Tekens 1–4 — het LOU-voorvoegsel. Deze identificeren de Local Operating Unit die de code heeft uitgegeven. Elke geaccrediteerde uitgever heeft een eigen voorvoegsel.
- Tekens 5–6 — gereserveerd. Altijd «00», door de norm in reserve gehouden.
- Tekens 7–18 — de entiteitsidentificatie. Een unieke reeks van 12 tekens, toegewezen aan uw specifieke entiteit. Dit maakt uw LEI uniek.
- Tekens 19–20 — controlecijfers. Twee cijfers berekend uit de rest van de code (mod-97-formule, ISO/IEC 7064), uitsluitend om invoerfouten op te sporen.
Waarom de structuur belangrijk is
Het LOU-voorvoegsel zorgt ervoor dat twee verschillende uitgevers nooit dezelfde code kunnen toekennen. Dankzij de controlecijfers wordt zelfs één verkeerd getypt teken meteen opgespoord, voordat een foutieve code in een transactie of rapport terechtkomt.
Een LEI bevat geen verborgen informatie — geen landcode, sector of grootte. Het is een neutrale, permanente identificatie. Zelfs als uw onderneming van naam verandert of herstructureert, blijft de LEI gelijk; alleen de achterliggende referentiegegevens worden bijgewerkt.
Zie ook Wat is een LEI-code?, Wat is GLEIF? en Wat is een LOU?